- Psilocybine bouwt zeer snel tolerantie op: al na een tweede dag achtereen is het effect sterk verminderd.
- Na ongeveer 7-14 dagen zonder gebruik is de tolerantie volledig verdwenen.
- Er bestaat kruistolerantie met andere klassieke psychedelica zoals LSD en mescaline.
- Psilocybine veroorzaakt geen lichamelijke afhankelijkheid en er zijn geen onthoudingsverschijnselen.
- Psychische afhankelijkheid is zeldzaam maar niet onmogelijk, vooral bij mensen met een verslavingsgevoeligheid.
Wat is tolerantie?
Tolerantie betekent dat je lichaam went aan een stof, waardoor je steeds meer nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken. Bij veel middelen, zoals alcohol of opiaten, ontwikkelt tolerantie zich geleidelijk over weken of maanden. Bij psilocybine gaat dat anders: de tolerantie ontstaat razendsnel.
Het vakwoord hiervoor is tachyfylaxie: een snelle en sterke afname van het effect bij herhaald gebruik. Als je vandaag een dosis psilocybine neemt en morgen dezelfde dosis herhaalt, zul je merkbaar minder effect ervaren. Na twee tot drie dagen achtereen gebruik is het effect grotendeels verdwenen, zelfs bij hogere doses.
Dit maakt psilocybine fundamenteel anders dan veel andere psychoactieve stoffen. Terwijl bij alcohol, cocaine of opiaten dagelijks gebruik mogelijk is (en vaak leidt tot escalatie), reguleert psilocybine zichzelf als het ware: het werkt simpelweg niet goed als je het te vaak gebruikt.
Als iemand op maandag een dosis psilocybine neemt die een sterk effect geeft, en dinsdag exact dezelfde dosis neemt, is het effect op dinsdag naar schatting 50-70% zwakker. Op woensdag zou het effect vrijwel afwezig zijn. Dit patroon is consistent beschreven in zowel dieronderzoek als humane studies.
Hoe ontstaat psilocybine-tolerantie?
Het mechanisme achter de snelle tolerantie van psilocybine is goed onderzocht. De verklaring ligt bij de serotonine 5-HT2A-receptor, de voornaamste receptor waarop psilocybine zijn effect uitoefent.
Na activering door psilocybine (of preciezer gezegd: door psilocine, de actieve metaboliet) reageren de 5-HT2A-receptoren door zich terug te trekken van het celoppervlak. Dit neurobiologische proces heet receptor-internalisatie of downregulatie. Simpel gezegd: de receptoren verdwijnen tijdelijk van de plek waar de stof ze kan bereiken.
Na verloop van tijd, meestal 7-14 dagen, keren de receptoren terug naar hun oorspronkelijke aantallen en gevoeligheid. Dit verklaart waarom de tolerantie na een tot twee weken volledig is hersteld.
Het is van belang op te merken dat deze tolerantie specifiek is voor de psychedelische effecten. De lichamelijke effecten (lichte stijging van bloeddruk en hartslag) kunnen bij herhaald gebruik nog steeds optreden, ook als het psychedelische effect is verminderd.
Kruistolerantie met andere psychedelica
Een opvallend fenomeen is de kruistolerantie tussen psilocybine en andere klassieke psychedelica. Als je psilocybine hebt gebruikt, werken ook LSD, mescaline en andere stoffen die via de 5-HT2A-receptor werken minder goed, en andersom.
Dit bevestigt dat het tolerantiemechanisme te maken heeft met de gedeelde receptor. Alle klassieke psychedelica werken primair via de 5-HT2A-receptor. Als die receptor door een van deze stoffen is gedownreguleerd, reageren ook de andere stoffen minder sterk.
In de praktijk betekent dit:
- Na gebruik van psilocybine werkt LSD de volgende dagen minder goed.
- Na gebruik van LSD werkt psilocybine de volgende dagen minder goed.
- Hetzelfde geldt voor mescaline en andere 5-HT2A-agonisten.
- Er is geen kruistolerantie met stoffen die via andere receptoren werken, zoals MDMA, ketamine of cannabis.
"De kruistolerantie tussen psilocybine en LSD is een van de sterkste aanwijzingen dat beide stoffen hun psychedelische effect uitoefenen via hetzelfde receptormechanisme." Naar: Nichols, 2004
Geen lichamelijke afhankelijkheid
In tegenstelling tot veel andere psychoactieve stoffen veroorzaakt psilocybine geen lichamelijke afhankelijkheid. Er zijn geen onthoudingsverschijnselen wanneer je stopt met gebruik. Je lichaam mist de stof niet na het stoppen.
Dit onderscheidt psilocybine van stoffen als alcohol (waar stoppen na langdurig gebruik levensgevaarlijke onthoudingsverschijnselen kan geven), nicotine (sterk lichamelijk verslavend), opiaten (ernstige onthoudingsverschijnselen) en benzodiazepinen (gevaarlijke onttrekking bij abrupt stoppen).
De snelle tolerantie draagt hier paradoxaal genoeg aan bij. Omdat het effect bij dagelijks gebruik snel verdwijnt, is er weinig aanleiding om psilocybine dagelijks te gebruiken. De stof reguleert zichzelf in zekere zin: frequent gebruik levert simpelweg geen resultaat op.
In de wetenschappelijke literatuur wordt psilocybine daarom beschouwd als een stof met een laag verslavingspotentieel. Dit wordt bevestigd door dieronderzoek: ratten en apen vertonen geen zelftoedieningsgedrag met psilocybine, in tegenstelling tot stoffen als cocaine of heroiene die vrijwillig herhaaldelijk worden geconsumeerd door proefdieren.
Psychische afhankelijkheid: zeldzaam maar niet onmogelijk
Hoewel lichamelijke afhankelijkheid niet voorkomt, is psychische afhankelijkheid niet volledig uit te sluiten. Sommige mensen kunnen een sterke voorkeur ontwikkelen voor de psychedelische ervaring, en het gebruik als ontsnappingsroute gaan zien.
Dit komt in de praktijk zelden voor, maar het is eerlijk om te vermelden. Factoren die het risico op psychische afhankelijkheid kunnen verhogen zijn:
- Onderliggende psychische problematiek: mensen die psychedelica gebruiken om moeilijke emoties te vermijden, lopen een hoger risico.
- Sociale context: in subculturen waar frequent psychedelisch gebruik genormaliseerd is, kan de drempel lager worden.
- Persoonlijkheidsfactoren: mensen met een hogere aanleg voor verslavingsgedrag in het algemeen.
Het Trimbos-instituut classificeert psilocybine als een stof met een laag risico op afhankelijkheid, maar wijst erop dat elk middel dat een plezierige of betekenisvolle ervaring geeft, in theorie tot herhaald gebruik kan leiden.
Bij microdosing worden zeer kleine doses psilocybine genomen, doorgaans om de twee tot drie dagen. De tolerantiewerking is hier ook relevant: dagelijks microdosen werkt niet, omdat de tolerantie het effect opheft. De meeste microdosing-protocollen schrijven daarom rustdagen voor. Of microdosing daadwerkelijk werkt voorbij het placebo-effect is wetenschappelijk niet vastgesteld.
Vergelijking met andere stoffen
Om het verslavingsprofiel van psilocybine in perspectief te plaatsen, is het nuttig om het te vergelijken met andere veelgebruikte stoffen:
- Alcohol: sterke lichamelijke en psychische afhankelijkheid mogelijk. Tolerantie bouwt geleidelijk op over weken tot maanden. Onthoudingsverschijnselen kunnen levensbedreigend zijn.
- Nicotine: hoog verslavingspotentieel. Snelle tolerantie, sterke onthoudingsverschijnselen, hoge terugvalpercentages.
- Cannabis: matige lichamelijke en psychische afhankelijkheid mogelijk. Tolerantie bouwt geleidelijk op. Milde onthoudingsverschijnselen bij stoppen na langdurig gebruik.
- Cocaine: sterk verslavend. Geen ernstige lichamelijke onttrekking, maar intense psychische afhankelijkheid.
- Psilocybine: zeer snelle tolerantie. Geen lichamelijke afhankelijkheid. Geen onthoudingsverschijnselen. Laag verslavingspotentieel.
Onderzoekers David Nutt en collega's publiceerden in 2010 een vergelijkende risicobeoordeling van twintig veelgebruikte middelen (zie ook ons artikel over psychedelica vergeleken). Psilocybine scoorde het laagst op schade aan de gebruiker zelf, inclusief het verslavingsrisico. Dit betekent niet dat psilocybine risicovrij is, want er zijn andere risico's zoals psychologische noodsituaties tijdens een trip, maar specifiek wat betreft verslaving en afhankelijkheid is het profiel gunstig.
Wat betekent dit in de praktijk?
De snelle tolerantie en het lage verslavingspotentieel hebben een aantal praktische gevolgen:
Voor recreatief gebruik: wie psilocybine of truffels meerdere dagen achtereen gebruikt, zal merken dat het effect snel afneemt. Dit ontmoedigt frequent gebruik op een natuurlijke manier. De meeste gebruikers nemen automatisch weken tot maanden pauze tussen sessies.
Voor klinisch onderzoek: in klinische studies wordt psilocybine doorgaans een of twee keer gegeven, met weken ertussen. De snelle tolerantie speelt hierbij een rol: de doseringssessies worden bewust ver uit elkaar gepland.
Voor de veiligheidsbeoordeling: het lage verslavingspotentieel is een van de redenen waarom psilocybine door sommige onderzoekers als relatief veilig wordt beschouwd. De vergelijking met andere psychoactieve stoffen valt op dit punt gunstig uit.
Dat gezegd hebbende: het lage verslavingspotentieel maakt psilocybine niet automatisch veilig. Er zijn andere risico's, zoals het uitlokken van psychosen bij kwetsbare personen, intense psychologische ervaringen die niet altijd goed verlopen, en de onzekerheid over effecten bij langdurig en herhaald gebruik.
Het feit dat psilocybine een laag verslavingspotentieel heeft, betekent niet dat het gebruik risicovrij is. Psychologische risico's, contra-indicaties en de illegale status van psilocybine (in de vorm van paddenstoelen) blijven relevant. Wie overweegt truffels te gebruiken, doet er goed aan zich te informeren over alle risico's, niet alleen het verslavingsrisico.
- Nichols, D.E. (2004). Hallucinogens. Pharmacology & Therapeutics, 101(2), 131-181. doi:10.1016/j.pharmthera.2003.11.002
- Isbell, H., et al. (1961). Cross tolerance between LSD and psilocybin. Psychopharmacologia, 2, 147-159.
- Nutt, D.J., King, L.A., & Phillips, L.D. (2010). Drug harms in the UK: a multicriteria decision analysis. The Lancet, 376(9752), 1558-1565. doi:10.1016/S0140-6736(10)61462-6
- Buckholtz, N.S., et al. (1990). Lysergic acid diethylamide (LSD) administration selectively downregulates serotonin2 receptors in rat brain. Neuropsychopharmacology, 3(2), 137-148.
- Johnson, M.W., et al. (2018). Classic psychedelics: an integrative review of epidemiology, therapeutics, mystical experience, and brain network function. Pharmacology & Therapeutics, 197, 83-102.
- Trimbos-instituut (2023). Paddo's en truffels: risico's en effecten. trimbos.nl
