Bij spoed of levensgevaar: Bel 112 Bij crisis of suïcidale gedachten: Bel 113
Veiligheid 20 januari 2026 8 min leestijd

Psilocybine en verslaving: een nieuwe behandelrichting?

Kan psilocybine helpen bij het doorbreken van verslavingen? Een overzicht van het onderzoek bij tabaks- en alcoholverslaving, de werkingsmechanismen en de beperkingen.

Verslaving: een chronische hersenziekte

Verslaving is een van de meest hardnekkige gezondheidsproblemen van onze tijd. Het treft miljoenen mensen wereldwijd en tienduizenden in Nederland. Volgens het Trimbos-instituut hebben in Nederland naar schatting 1,6 miljoen mensen een problematische relatie met alcohol. Ongeveer 3,1 miljoen Nederlanders roken, en een aanzienlijk deel van hen wil stoppen maar slaagt daar niet in.

De moderne wetenschap beschouwt verslaving niet als een gebrek aan wilskracht, maar als een chronische hersenziekte. Herhaald gebruik van verslavende stoffen verandert de werking van het beloningssysteem in de hersenen. De prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor planning, impulscontrole en besluitvorming, functioneert anders bij mensen met een verslaving. Dat maakt het bijzonder moeilijk om vastgeroeste patronen te doorbreken, ook als iemand oprecht gemotiveerd is om te stoppen.

Verslaving raakt niet alleen de persoon zelf, maar ook partners, kinderen, vrienden en collega's. De maatschappelijke kosten, in de vorm van gezondheidszorg, arbeidsverzuim en criminaliteit, zijn enorm. In die context is elk onderzoek naar nieuwe behandelmogelijkheden relevant.

Waarom huidige behandelingen tekortschieten

Er bestaan verschillende behandelingen voor verslaving: cognitieve gedragstherapie, motiverende gespreksvoering, medicijnen zoals varenicline (voor roken) of naltrexon (voor alcohol), en gespecialiseerde verslavingszorg. Deze behandelingen helpen veel mensen, maar de terugvalpercentages blijven hoog.

Bij stoppen met roken slaagt slechts 10 tot 30 procent van de mensen erin om na een jaar nog steeds niet te roken, zelfs met de beste beschikbare behandelingen. Bij alcoholverslaving ligt het terugvalpercentage binnen het eerste jaar tussen de 40 en 60 procent. Bij opiaten zijn de cijfers nog somberder.

Hoge terugvalcijfers

Terugval is geen falen maar een kenmerk van verslaving als chronische aandoening. Bij de meeste verslavingen zijn meerdere behandelpogingen nodig voordat langdurige abstinentie wordt bereikt. Dit onderstreept de behoefte aan aanvullende behandelstrategieen.

Het probleem zit deels in de aard van verslaving zelf. De veranderingen in de hersenen die door langdurig gebruik ontstaan, zijn niet gemakkelijk terug te draaien. Bestaande behandelingen werken vaak goed op het niveau van gedrag en motivatie, maar bereiken niet altijd de diepere neurologische patronen die verslaving in stand houden. Onderzoekers vragen zich daarom af of er behandelingen bestaan die op een fundamenteler niveau kunnen ingrijpen.

De hypothese: psilocybine als "reset"

Hier komt psilocybine in beeld. Psilocybine is een psychoactieve stof die voorkomt in bepaalde paddenstoelen en truffels. Na inname wordt psilocybine in het lichaam omgezet in psilocine, dat zich bindt aan serotonine-receptoren in de hersenen, met name de 5-HT2A-receptor.

De centrale hypothese is dat psilocybine, in combinatie met psychotherapie, vastgeroeste denk- en gedragspatronen kan doorbreken. Onderzoekers spreken soms van een "reset" van de hersenen: psilocybine vergroot tijdelijk de flexibiliteit van het brein, waardoor nieuwe verbindingen en inzichten mogelijk worden. Die verhoogde neuroplasticiteit zou een venster openen waarin therapeutische verandering gemakkelijker plaatsvindt dan normaal.

Psilocybine-ondersteunde therapie

In onderzoek wordt psilocybine nooit als losstaand middel gegeven. De stof wordt altijd ingezet binnen een uitgebreid therapeutisch kader: voorbereidende gesprekken, begeleide sessies en nazorg. Het is de combinatie van de farmacologische werking en de therapie die onderzoekers als veelbelovend beschouwen.

Bij verslaving zou dit mechanisme bijzonder relevant kunnen zijn. Verslaving kenmerkt zich door rigide gedragspatronen, automatische reacties op triggers, en een verminderd vermogen om het eigen gedrag kritisch te bekijken. Als psilocybine die rigiditeit tijdelijk kan doorbreken, zou dat ruimte kunnen scheppen voor fundamentele verandering.

Tabaksverslaving: de studie van Matthew Johnson

Een van de meest besproken studies over psilocybine en verslaving komt van Matthew Johnson en zijn team aan de Johns Hopkins University. In een pilotstudie uit 2014 onderzochten zij of psilocybine-ondersteunde therapie kon helpen bij het stoppen met roken.

Vijftien langdurige rokers die gemiddeld 19 sigaretten per dag rookten en al meerdere stoppogingen achter de rug hadden, namen deel aan het onderzoek. Zij ondergingen cognitieve gedragstherapie in combinatie met twee tot drie psilocybinesessies. De resultaten waren opvallend: zes maanden na de behandeling was 80 procent van de deelnemers gestopt met roken, bevestigd door biochemische testen.

Ter vergelijking: de beste bestaande behandelingen voor stoppen met roken, zoals varenicline of combinatietherapie, bereiken doorgaans een abstinentiepercentage van 25 tot 35 procent na zes maanden.

In een follow-upstudie na 2,5 jaar bleek dat 67 procent van de deelnemers nog steeds niet rookte. Na vijf jaar was dat percentage gedaald naar ongeveer 60 procent, nog altijd aanzienlijk hoger dan bij standaardbehandelingen.

Deze resultaten zijn indrukwekkend, maar vereisen belangrijke nuancering. Het ging om een kleine studie (15 deelnemers) zonder controlegroep. Er was geen placebo, en zowel de deelnemers als de onderzoekers wisten welke behandeling werd gegeven. Dit soort open-label opzet maakt het onmogelijk om het effect van psilocybine te onderscheiden van het placebo-effect, de verwachtingen van de deelnemers, of de intensieve therapeutische begeleiding.

Johnson en collega's zijn inmiddels gestart met een grotere, gerandomiseerde vervolgstudie om te onderzoeken of deze eerste resultaten standhouden onder strengere wetenschappelijke condities.

Alcoholverslaving: de studie van Michael Bogenschutz

Michael Bogenschutz van de New York University leidde een gerandomiseerde, gecontroleerde studie naar psilocybine bij alcoholverslaving, gepubliceerd in JAMA Psychiatry in 2022. Dit onderzoek had een sterker wetenschappelijk ontwerp dan de tabaksstudie.

Drieennegentig deelnemers met een alcoholstoornis werden willekeurig verdeeld over twee groepen. De ene groep ontving psilocybine-ondersteunde therapie, de andere groep kreeg een actieve placebo (diphenhydramine, een antihistaminicum) in combinatie met dezelfde psychotherapie.

De resultaten lieten een duidelijk verschil zien. In de psilocybinegroep daalde het percentage zware drinkdagen van gemiddeld 49,3 procent naar 9,7 procent in de acht maanden na behandeling. In de placebogroep was de daling minder sterk: van 51,5 procent naar 23,6 procent. Het verschil tussen beide groepen was statistisch significant.

Wat zijn "zware drinkdagen"?

In verslavingsonderzoek wordt een "zware drinkdag" gedefinieerd als een dag waarop een man vijf of meer standaardglazen alcohol drinkt, of een vrouw vier of meer. Het percentage zware drinkdagen geeft een beter beeld van problematisch drinken dan alleen de vraag of iemand helemaal gestopt is.

Opvallend was dat ook de placebogroep flink vooruitging. Dat laat zien dat de psychotherapie op zichzelf al waarde had. Maar de toevoeging van psilocybine leidde tot een significant groter effect. De onderzoekers concludeerden dat psilocybine-ondersteunde therapie een veelbelovende aanvulling kan zijn op bestaande behandelingen voor alcoholverslaving.

Toch zijn ook hier kanttekeningen te plaatsen. De studie had 93 deelnemers, een redelijk aantal voor dit stadium van onderzoek, maar nog steeds klein voor definitieve conclusies. De follow-upperiode was beperkt tot acht maanden. En hoewel er een actieve placebo werd gebruikt, merkten sommige deelnemers waarschijnlijk op welke behandeling zij ontvingen, wat de blindering deels ondermijnt.

Het werkingsmechanisme: waarom zou psilocybine werken bij verslaving?

Onderzoekers vermoeden dat meerdere mechanismen samen bijdragen aan het mogelijke effect van psilocybine bij verslaving.

Neuroplasticiteit

Psilocybine bevordert de vorming van nieuwe neurale verbindingen, een proces dat neuroplasticiteit heet. Onderzoek met beeldvorming van de hersenen laat zien dat psilocybine de activiteit van het default mode network (DMN) tijdelijk vermindert. Dit netwerk is actief als we nadenken over onszelf, piekeren of in automatische gedachtepatronen zitten. Bij verslaving is het DMN vaak overactief, wat bijdraagt aan rumineren, craving en het vasthouden aan destructieve patronen. Door dit netwerk tijdelijk te verstoren, ontstaat ruimte voor nieuwe manieren van denken.

De mystieke ervaring

Veel deelnemers aan psilocybine-studies rapporteren een zogenaamde "mystieke ervaring": een diep gevoel van verbondenheid, betekenis en transcendentie. Opvallend is dat onderzoekers een verband vinden tussen de intensiteit van deze ervaring en het behandelresultaat. Deelnemers die een sterke mystieke ervaring hadden, slaagden vaker in het doorbreken van hun verslaving. In de rookstopstudie van Johnson correleerde de mystieke ervaring significant met langetermijnabstinentie.

Motivatieverandering

Veel deelnemers beschrijven dat de psilocybine-sessie hen een nieuw perspectief gaf op hun verslaving en hun leven. Zij rapporteren een verschuiving van waarden: wat eerder belangrijk leek (de sigaret, het glas wijn) verloor zijn greep. Sommigen beschrijven een hernieuwd gevoel van keuzevrijheid, alsof de automatische piloot van de verslaving even was uitgeschakeld. Deze motivatieverandering lijkt fundamenteler dan wat met traditionele motiverende gespreksvoering alleen wordt bereikt.

Verschil met andere verslavingsbehandelingen

Een veelgehoord misverstand is dat psilocybine zou worden voorgesteld als vervanging van bestaande behandelingen. Dat klopt niet. In alle onderzoeken tot nu toe wordt psilocybine ingezet als aanvulling op gestructureerde psychotherapie, niet als vervanging ervan.

Het model dat onderzoekers hanteren ziet er doorgaans als volgt uit:

  • Voorbereidende sessies (twee tot vier gesprekken): therapeut en deelnemer bouwen een werkrelatie op, bespreken verwachtingen en intenties, en werken aan motivatie.
  • Psilocybinesessie(s) (een tot drie sessies): de deelnemer neemt psilocybine in een gecontroleerde omgeving, onder begeleiding van twee therapeuten. De sessie duurt doorgaans zes tot acht uur.
  • Integratiesessies (twee tot vier gesprekken na elke sessie): de deelnemer verwerkt de ervaring, reflecteert op inzichten en vertaalt deze naar concrete veranderingen in het dagelijks leven.

Dit verschilt wezenlijk van hoe de meeste verslavingsbehandelingen werken. Medicijnen als varenicline of naltrexon worden dagelijks ingenomen en werken door specifieke receptoren te blokkeren of te activeren. Gedragstherapie werkt over langere periodes aan het veranderen van denkpatronen en copingstrategieen. Psilocybine-ondersteunde therapie is daarentegen een intensieve, korte interventie, soms slechts twee of drie sessies, die bedoeld is om een doorbraak te faciliteren waarop vervolgens wordt voortgebouwd.

De meeste onderzoekers benadrukken dat psilocybine het beste kan worden gezien als een onderdeel van een breder behandelplan, niet als wondermiddel dat in een keer verslaving geneest.

Beperkingen van het huidige onderzoek

Ondanks de veelbelovende resultaten is het nodig om eerlijk te zijn over de beperkingen van het onderzoek tot nu toe.

  • Kleine studies: De meeste studies hebben tientallen deelnemers, geen honderden of duizenden. Kleine studies kunnen toevallige effecten uitvergroten.
  • Geen fase III-studies: Er zijn nog geen grote, multicenter fase III-trials afgerond voor verslaving. Die zijn nodig voordat een behandeling kan worden goedgekeurd.
  • Open-label bias: In de rookstopstudie van Johnson wisten deelnemers dat zij psilocybine kregen. Verwachtingseffecten kunnen een groot deel van het resultaat verklaren. De alcoholstudie van Bogenschutz had een sterkere opzet, maar ook daar was volledige blindering lastig doordat de effecten van psilocybine moeilijk te maskeren zijn.
  • Selectiebias: Deelnemers aan psychedelische studies zijn vaak bijzonder gemotiveerd en staan positief tegenover de behandeling. Het is onduidelijk of dezelfde resultaten zouden worden behaald bij een bredere populatie.
  • Korte follow-up: De meeste studies volgen deelnemers maanden, niet jaren. Bij verslaving is langetermijnfollow-up van meerdere jaren noodzakelijk om te weten of effecten beklijven.
  • Veiligheidsdata: Hoewel psilocybine in klinische settings tot nu toe veilig lijkt, zijn grotere studies nodig om zeldzame bijwerkingen of risico's vast te stellen, vooral bij mensen met een verslaving die ook andere psychische klachten hebben.

Onderzoek is geen bewijs voor werkzaamheid

Veelbelovende resultaten in vroege studies betekenen niet dat psilocybine een bewezen behandeling is voor verslaving. Het onderzoek bevindt zich in een vroeg stadium. Veel interventies die er in kleine studies goed uitzien, blijken bij grotere trials minder effectief. Psilocybine is momenteel niet goedgekeurd als behandeling voor welke verslaving dan ook.

Is psilocybine zelf verslavend?

Een logische vraag: als psilocybine wordt onderzocht als behandeling voor verslaving, is de stof dan zelf niet verslavend? Het korte antwoord: nee, volgens de huidige wetenschappelijke inzichten niet.

Psilocybine veroorzaakt geen fysieke afhankelijkheid. Er zijn geen onttrekkingsverschijnselen bij het stoppen met gebruik. Bovendien treedt er snelle tolerantie op: als je psilocybine twee dagen achter elkaar neemt, is het effect op de tweede dag sterk verminderd. Dit maakt dagelijks gebruik zinloos en werkt compulsief gebruik tegen.

De Global Drug Survey, een grootschalig internationaal onderzoek onder gebruikers van psychoactieve stoffen, plaatst psilocybine consistent onderaan de lijst van middelen waarvoor gebruikers hulp zoeken. Psilocybine scoort lager dan alcohol, tabak, cannabis, cocaïne en MDMA op maten van afhankelijkheid en schade.

Dit betekent niet dat psilocybine risicovrij is. De stof kan intense en soms beangstigende ervaringen veroorzaken. Mensen met een aanleg voor psychotische stoornissen lopen extra risico. En gebruik buiten een gecontroleerde setting brengt onvoorspelbare risico's met zich mee. Maar verslavend in de klassieke zin is psilocybine niet.

Nederlands perspectief en toekomst

In Nederland staat het onderzoek naar psilocybine bij verslaving nog in de kinderschoenen, maar de wetenschappelijke interesse groeit. Nederlandse universiteiten, waaronder het UMC Utrecht en het UMCG, voeren studies uit naar psilocybine bij depressie en in de palliatieve zorg. Het is aannemelijk dat verslavingsonderzoek op termijn volgt, zeker als de internationale resultaten standhouden.

Nederland heeft een sterke infrastructuur voor verslavingszorg, met gespecialiseerde instellingen als Jellinek, Novadic-Kentron en Tactus. Mocht psilocybine-ondersteunde therapie in de toekomst worden goedgekeurd, dan zou het waarschijnlijk worden aangeboden binnen deze bestaande zorgstructuur, als aanvulling op het huidige behandelaanbod.

Er zijn echter nog veel stappen te zetten. Psilocybine is momenteel geen goedgekeurd geneesmiddel en valt onder de Opiumwet (paddenstoelen op lijst II, psilocybine als stof op lijst I). Voor klinisch gebruik is een ontheffing nodig. Verse truffels die psilocybine bevatten zijn legaal verkrijgbaar in smartshops, maar zelfbehandeling van verslaving met truffels is geen verantwoord alternatief voor professionele behandeling.

De komende jaren zullen grotere, gecontroleerde studies meer duidelijkheid geven. Tot die tijd is het verstandig om de resultaten met voorzichtig optimisme te bekijken: er is reden voor hoop, maar nog niet voor conclusies.

Hulp bij verslaving

Heb je vragen over verslaving of zoek je hulp? Neem contact op met je huisarts. Je kunt ook bellen met de Drugsinfo-lijn (0900 1995) of kijk op jellinek.nl voor informatie en doorverwijzing. Wacht niet op experimentele behandelingen; effectieve hulp is nu al beschikbaar.

Bronnen

  1. Johnson, M.W., Garcia-Romeu, A., Cosimano, M.P. & Griffiths, R.R. (2014). Pilot study of the 5-HT2AR agonist psilocybin in the treatment of tobacco addiction. Journal of Psychopharmacology, 28(11), 983-992.
  2. Johnson, M.W., Garcia-Romeu, A. & Griffiths, R.R. (2017). Long-term follow-up of psilocybin-facilitated smoking cessation. The American Journal of Drug and Alcohol Abuse, 43(1), 55-60.
  3. Bogenschutz, M.P., Ross, S., Bhatt, S. et al. (2022). Percentage of heavy drinking days following psilocybin-assisted psychotherapy vs placebo in the treatment of adult patients with alcohol use disorder. JAMA Psychiatry, 79(10), 953-962.
  4. Carhart-Harris, R.L. & Friston, K.J. (2019). REBUS and the anarchic brain: Toward a unified model of the brain action of psychedelics. Pharmacological Reviews, 71(3), 316-344.
  5. Garcia-Romeu, A., Griffiths, R.R. & Johnson, M.W. (2014). Psilocybin-occasioned mystical experiences in the treatment of tobacco addiction. Current Drug Abuse Reviews, 7(3), 157-164.
  6. Trimbos-instituut (2023). Nationale Drug Monitor: jaarbericht. trimbos.nl
  7. Global Drug Survey (2023). GDS2023 Key Findings Report. globaldrugsurvey.com
  8. Nutt, D.J., King, L.A. & Phillips, L.D. (2010). Drug harms in the UK: a multicriteria decision analysis. The Lancet, 376(9752), 1558-1565.

Psilocybine.nl geeft algemene informatie over psilocybine. Deze informatie is geen medisch advies. Heb je klachten of twijfel je? Neem contact op met je huisarts of behandelaar. Bij spoed: bel 112. Bij crisis of suïcidale gedachten: bel 113.