De relatie tussen de mens en psilocybinebevattende paddenstoelen gaat terug tot de prehistorie. Wat begon als onderdeel van sjamanistische rituelen, groeide uit tot een onderwerp van wetenschappelijk onderzoek, werd vervolgens wereldwijd verboden en maakt nu een opmerkelijke comeback in laboratoria en klinieken. Dit is het verhaal van psilocybine door de eeuwen heen.
De oudste sporen: rotstekeningen en rituelen
De vroegste aanwijzingen voor het menselijk gebruik van psychoactieve paddenstoelen komen uit de Sahara. In het Tassili n'Ajjer-gebergte in het zuiden van Algerije zijn rotstekeningen gevonden die worden gedateerd op circa 7.000 tot 9.000 jaar oud. Op deze tekeningen zijn menselijke figuren te zien met paddenstoelachtige vormen in hun handen en groeiend uit hun lichamen. Onderzoekers zoals de etnobotanicus Giorgio Samorini hebben betoogd dat deze afbeeldingen wijzen op een ritueel gebruik van psilocybinebevattende paddenstoelen.
In Meso-Amerikahet gebied van het huidige Mexico en Centraal-Amerikais het bewijs nog overtuigender. Archeologen hebben zogenaamde ‘paddestoelstenen’ gevonden in Guatemala en het zuiden van Mexico, sommige meer dan 3.000 jaar oud. Deze stenen beeldjes, waarin een paddenstoel bovenop een menselijk gezicht of dierenfiguur staat, duiden op een diepe culturele en religieuze betekenis van deze organismen.
Hoewel het lastig is om met zekerheid te zeggen welke paddenstoelen precies werden gebruikt, wijzen de archeologische en etnobotanische aanwijzingen op een langdurige traditie van ceremonieel paddestoelgebruik in meerdere culturen wereldwijd.
Teonanacatl: het vlees der goden
Bij de Azteken stonden psilocybinebevattende paddenstoelen bekend als teonanacatl, wat in het Nahuatl ‘vlees der goden’ of ‘goddelijk vlees’ betekent. Naast psilocybinepaddenstoelen gebruikten de Azteken ook andere psychoactieve planten, zoals peyote en de zaden van de ololiuqui (een windesoort). Deze middelen speelden een centrale rol bij religieuze ceremonies, genezingsrituelen en waarzeggerij.
Na de Spaanse kolonisatie in de 16e eeuw probeerden de conquistadores en missionarissen het gebruik van teonanacatl uit te roeien. De Franciscaner missionaris Bernardino de Sahagún beschreef in zijn Historia general de las cosas de Nueva España hoe de inheemse bevolking paddenstoelen at tijdens feesten en hoe dit gebruik door de Spanjaarden als duivelswerk werd beschouwd.
Het eerste dat gegeten werd bij het feest waren kleine zwarte paddenstoelen. Ze noemden ze teonanacatl. Deze paddenstoelen veroorzaakten dronkenschap, hallucinaties en zelfs ontucht.
Bernardino de Sahagún, Historia general de las cosas de Nueva España (ca. 1569)
Ondanks eeuwen van onderdrukking bleef het paddestoelgebruik voortbestaan bij de Mazateekse gemeenschap in de bergachtige regio Oaxaca in Mexico. De Mazateekse genezeres María Sabina (1894–1985) werd de beroemdste bewaarder van deze traditie. Zij gebruikte psilocybinepaddenstoelen in nachtelijke genezingsceremonies, de zogenaamde veladas, waarin ze via gezang en gebed contact zocht met de spirituele wereld om zieken te genezen. Lees meer over de Mazateken en hun paddenstoelentradities.
R. Gordon Wasson en Life Magazine
De westerse wereld ontdekte de Mazateekse paddenstoelceremonie via een onwaarschijnlijke figuur: R. Gordon Wasson, een Amerikaans bankier en amateurmycoloog. In 1955 reisde Wasson naar het dorp Huautla de Jiménez in Oaxaca, waar hij deelnam aan een velada onder leiding van María Sabina. Hij was diep onder de indruk van de ervaring.
Op 13 mei 1957 publiceerde Life Magazine Wassons verslag onder de titel “Seeking the Magic Mushroom”. Het artikel bereikte miljoenen Amerikanen en trok voor het eerst brede publieke aandacht voor het bestaan van psychoactieve paddenstoelen. Wasson beschreef zijn visioenen in levendige bewoordingen en het artikel werd een keerpunt: de paddenstoel verliet de geheime ceremoniekamer en trad de westerse cultuur binnen.
De paddenstoelen werkten op mijn geest in een richting die ik niet had kunnen voorzien. Het was alsof mijn ziel uit mijn lichaam was weggehaald en door een kosmisch landschap zweefde.
R. Gordon Wasson, Life Magazine, 13 mei 1957
Wat Wasson niet had voorzien, was dat zijn artikel een stroom van bezoekers naar Huautla de Jiménez op gang zou brengen. María Sabina werd overspoeld door westerlingen die de paddenstoelervaring zelf wilden meemaken. Later in haar leven uitte ze haar spijt: de komst van de buitenstaanders had volgens haar de kracht van de paddenstoelen aangetast.
Albert Hofmann: de isolatie van psilocybine
Het Life-artikel trok ook de aandacht van de Zwitserse chemicus Albert Hofmann, werkzaam bij farmaceutisch bedrijf Sandoz in Basel. Hofmann was al beroemd als de ontdekker van LSD (in 1943) en had grote interesse in de chemie van psychoactieve stoffen. Lees meer over Albert Hofmann en de ontdekking van LSD.
In 1958 slaagde Hofmann erin om de werkzame stoffen uit de Mexicaanse paddenstoelen (Psilocybe mexicana) te isoleren. Hij noemde ze psilocybine en psilocine. Vervolgens ontwikkelde hij een methode voor de chemische synthese van psilocybine, waardoor de stof in zuivere vorm beschikbaar werd voor wetenschappelijk onderzoek.
Tijdlijn: wetenschappelijke doorbraken
1955 Wasson neemt deel aan Mazateekse velada in Oaxaca
1957 Life Magazine publiceert “Seeking the Magic Mushroom”
1958 Hofmann isoleert psilocybine en psilocine uit Psilocybe mexicana
1958 Sandoz brengt synthetische psilocybine op de markt als Indocybin
1960 Leary en Alpert starten het Harvard Psilocybin Project
1962 Het Good Friday Experiment van Walter Pahnke
1970 Controlled Substances Act: psilocybine wordt Schedule I in de VS
2006 Griffiths publiceert landmarkonderzoek bij Johns Hopkins
2008 Nederland verbiedt paddenstoelen (Opiumwet)
2018–nu Wereldwijde golf van klinische studies
Sandoz bracht synthetische psilocybine op de markt onder de merknaam Indocybin en leverde het aan onderzoekers en psychiaters over de hele wereld. Tussen 1958 en het midden van de jaren zestig werden meer dan veertig wetenschappelijke artikelen gepubliceerd over de effecten van psilocybine bij uiteenlopende psychiatrische aandoeningen. De sfeer was er een van optimisme en nieuwsgierigheid.
Het Harvard Psilocybin Project
In 1960 startten psychologen Timothy Leary en Richard Alpert (later bekend als Ram Dass) het Harvard Psilocybin Project aan de Harvard University. Ze voerden experimenten uit met psilocybine, deels op zichzelf en deels op studenten en vrijwilligers. De bekendste studies uit dit project zijn het Concord Prison Experiment en het Good Friday Experiment.
Bij het Concord Prison Experiment kregen gevangenen psilocybine in combinatie met groepstherapie, met als doel recidive te verminderen. De eerste resultaten leken hoopgevend, hoewel latere heranalyse door Rick Doblin in de jaren negentig aantoonde dat de oorspronkelijke conclusies te optimistisch waren.
Het Good Friday Experiment (1962), ontworpen door Walter Pahnke onder supervisie van Leary, onderzocht of psilocybine mystieke ervaringen kon opwekken bij theologiestudenten. In een dubbelblinde opzet kregen tien studenten psilocybine en tien een placebo, vlak voor een kerkdienst op Goede Vrijdag. De psilocybinegroep rapporteerde significant meer mystieke ervaringeneen bevinding die decennia later door Roland Griffiths bij Johns Hopkins zou worden bevestigd.
De controverse rond Leary groeide echter snel. Zijn steeds luidruchtiger pleidooi voor psychedelisch gebruik (“Turn on, tune in, drop out”) wekte argwaan bij de universiteit. In 1963 werden Leary en Alpert ontslagen bij Harvard. Het project was voorbij, maar de geest was uit de fles.
Verbod en de War on Drugs
In de loop van de jaren zestig verspreidde het recreatieve gebruik van psychedelische stoffen zich razendsnel, met name onder de tegencultuur. De combinatie van massaal gebruik, negatieve berichtgeving in de media en de politieke angst voor sociale onrust leidde tot een harde reactie vanuit de overheid.
President Richard Nixon verklaarde drugs tot “public enemy number one” en ondertekende in 1970 de Controlled Substances Act. Psilocybine werd geclassificeerd als Schedule Ide strengste categorie, gereserveerd voor stoffen met een “hoog misbruikpotentieel” en “geen geaccepteerd medisch gebruik”. LSD, mescaline en andere psychedelica kregen dezelfde classificatie.
De gevolgen waren verstrekkend. Sandoz trok Indocybin van de markt. Financiering voor onderzoek droogde op. Wetenschappers die met psychedelica werkten, zagen hun carrière bedreigd. Binnen een paar jaar kwam bijna alle academische research tot stilstandniet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Europa en elders.
De War on Drugs bevroor het onderzoek naar een hele klasse van potentieel waardevolle verbindingen. Dertig jaar lang verdween psilocybine uit het laboratorium.
David Nutt, neuropsychofarmacoloog, Imperial College London
De stille jaren: 1970–2000
De drie decennia na het verbod worden soms de ‘donkere middeleeuwen’ van het psychedelisch onderzoek genoemd. Het wetenschappelijk onderzoek lag vrijwel stil. Er waren wel een paar uitzonderingen: in Duitsland publiceerde de psychiater Hanscarl Leuner af en toe over therapeutisch gebruik, en in Zwitserland verleende de overheid tussen 1988 en 1993 een beperkt aantal vergunningen voor psychedelisch-ondersteunde therapie.
Ondertussen groeide het informele gebruik voort in de underground. Terence McKenna populariseerde het gebruik van psilocybinepaddenstoelen in boeken als Food of the Gods (1992). De opkomst van internet in de jaren negentig maakte informatie over kweek, identificatie en gebruik van paddenstoelen toegankelijker dan ooit. In Nederland werden paddenstoelen steeds meer verkocht in smartshops, wat leidde tot een bijzondere culturele situatie die later nog relevant zou worden.
Op wetenschappelijk vlak bleef het stiltot een kleine groep onderzoekers besloot om de draad weer op te pakken.
De renaissance: Roland Griffiths en Johns Hopkins
Het keerpunt kwam in 2006, toen psychofarmacoloog Roland Griffiths en zijn team aan de Johns Hopkins University een studie publiceerden in het tijdschrift Psychopharmacology. In dit experiment kregen gezonde vrijwilligers een hoge dosis psilocybine in een gecontroleerde omgeving met professionele begeleiding.
De resultaten waren opmerkelijk. Meer dan zestig procent van de deelnemers beoordeelde de psilocybine-ervaring als een van de vijf meest betekenisvolle ervaringen van hun leven. Bij een follow-up veertien maanden later waren de positieve effecten op welzijn en persoonlijke groei nog steeds aanwezig. De studie was methodologisch sterk en werd met serieuze aandacht ontvangen in de wetenschappelijke gemeenschap.
Dit onderzoek opende de sluizen. In de jaren die volgden, startten meerdere universiteiten programma’s om de therapeutische mogelijkheden van psilocybine te onderzoeken. Het Johns Hopkins Center for Psychedelic & Consciousness Research, opgericht in 2019, werd het eerste onderzoekscentrum in de VS dat volledig was gewijd aan psychedelica. Lees meer over de psychedelische renaissance en wat deze hernieuwde aandacht betekent.
Roland Griffiths, die in 2023 overleed aan kanker, wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de moderne psychedelische renaissance. Zijn werk bewees dat rigoureus wetenschappelijk onderzoek naar psilocybine mogelijk was, zelfs binnen het strikte regulatoire kader van Schedule I.
De moderne onderzoeksgolf
Na de doorbraak van Griffiths groeide het veld snel. Vandaag de dag lopen er wereldwijd tientallen klinische studies naar psilocybine, bij aandoeningen als therapieresistente depressie, angststoornissen, verslaving, PTSS en existentieel lijden bij terminale ziekte.
Enkele van de belangrijkste spelers in het huidige onderzoekslandschap:
- COMPASS Pathways een Brits bedrijf dat COMP360, een synthetische vorm van psilocybine, ontwikkelt voor therapieresistente depressie. COMPASS voerde de grootste klinische fase-II-studie naar psilocybine tot nu toe uit, met 233 deelnemers in tien landen.
- Usona Institute een non-profitorganisatie die psilocybine ontwikkelt als behandeling voor ernstige depressie (MDD). Usona onderscheidt zich door haar non-profitstatus.
- MAPS (Multidisciplinary Association for Psychedelic Studies) een organisatie die jarenlang de weg heeft gebaand voor psychedelisch onderzoek, met name rond MDMA bij PTSS, maar ook breder pleitbezorger voor psilocybineonderzoek.
- Imperial College London het Centre for Psychedelic Research, onder leiding van Robin Carhart-Harris, publiceerde baanbrekende neuroimagingstudies die lieten zien hoe psilocybine de hersenconnectiviteit verandert.
De resultaten van deze studies zijn tot nu toe hoopgevend, maar er zijn ook kanttekeningen. Veel studies zijn nog klein van opzet. Het placebo-probleem is groot: deelnemers merken vaak of ze de werkzame stof of een placebo hebben gekregen. Langetermijneffecten zijn nog onvoldoende onderzocht. En de vertaling van gecontroleerde onderzoeksomstandigheden naar de dagelijkse klinische praktijk brengt uitdagingen met zich mee.
Nederland: van smartshoptruffels tot universiteit
Nederland neemt een bijzondere positie in binnen de geschiedenis van psilocybine. Tot 2008 waren psilocybinebevattende paddenstoelen legaal verkrijgbaar in smartshops. Na een aantal incidenten die breed werden uitgemeten in de media, werden paddenstoelen in december 2008 opgenomen op lijst II van de Opiumwet.
Psilocybine en psilocine als stoffen staan op lijst I van de Opiumwet. Maar verse truffels (sclerotia)de ondergrondse klompjes van bepaalde psilocybineproducerende schimmelsvielen buiten het verbod en worden tot op de dag van vandaag verkocht in smartshops. Gedroogde truffels zijn daarentegen wel verboden. Deze juridische situatie is vrijwel uniek in Europa.
Op wetenschappelijk vlak is Nederland steeds actiever geworden. Het UMC Utrecht voert de P-TRD-studie uit, een fase-II-studie naar psilocybine-ondersteunde therapie bij therapieresistente depressie. Het UMCG in Groningen onderzoekt in de PsyPal-studie of psilocybine angst en depressie kan verminderen bij patienten in de palliatieve zorg. De Universiteit Leiden doet onderzoek naar microdosing en cognitieve effecten. En het Trimbos-instituut monitort gebruik, risico’s en trends.
De combinatie van een relatief toegankelijke truffelmarkt en groeiend academisch onderzoek maakt Nederland een van de interessantste plekken ter wereld op het gebied van psilocybine. Tegelijkertijd roept deze situatie vragen op: hoe verhouden smartshopverkoop en klinisch onderzoek zich tot elkaar? En hoe zal de wetgeving zich ontwikkelen nu het bewijs voor therapeutisch gebruik toeneemt?
Wat de toekomst brengt
De geschiedenis van psilocybine is er een van golven. Millennia van traditioneel gebruik, gevolgd door een korte maar intense wetenschappelijke bloeiperiode in de jaren vijftig en zestig, daarna dertig jaar stilte en nu een hernieuwde golf van onderzoek die breder en methodologisch sterker is dan ooit tevoren.
Wat staat er de komende jaren op de agenda? Diverse scenario’s zijn denkbaar:
- Regulatoire doorbraken. In Australië mogen artsen sinds 2023 psilocybine voorschrijven voor therapieresistente depressie. De FDA in de Verenigde Staten heeft psilocybine de status van ‘breakthrough therapy’ gegeven, wat de goedkeuringsprocedure kan versnellen. In Europa loopt de discussie, maar concrete goedkeuringen zijn er nog niet.
- Uitbreiding van indicaties. Naast depressie wordt psilocybine onderzocht bij eetstoornissen, OCD, clusterhoofdfpijn en chronische pijn. Hoe breder het bewijs, hoe groter de kans op bredere toepassing.
- Toegankelijkheid en kosten. Als psilocybine-therapie wordt goedgekeurd, rijst de vraag wie het kan betalen en wie het mag aanbieden. De therapie is arbeidsintensief: meerdere begeleidingssessies, een doseeringssessie van zes tot acht uur en nazorgbijeenkomsten. De kosten kunnen hoog uitvallen.
- De Nederlandse positie. Nederland kan een voortrekkersrol spelen dankzij de bestaande kennis, infrastructuur en relatief pragmatische drugsbeleid. Maar er is ook voorzichtigheid: de lessen van het paddenstoelverbod van 2008 laten zien dat publieke incidenten het politieke klimaat snel kunnen veranderen.
Eén ding is zeker: het verhaal van psilocybine is nog lang niet af. Na duizenden jaren van gebruik, decennia van onderdrukking en een opmerkelijke wetenschappelijke hergeboorte, bevindt de stof zich op een kruispunt. De komende jaren zullen bepalen of psilocybine een erkende plek krijgt in de moderne geneeskundeof dat de geschiedenis zich herhaalt.
Bronnen
- Samorini, G. (1992). “The oldest representations of hallucinogenic mushrooms in the world (Sahara Desert, 9000–7000 B.P.).” Integration, 2/3, 69–78.
- Wasson, R.G. (1957). “Seeking the Magic Mushroom.” Life Magazine, 13 mei 1957.
- Hofmann, A. et al. (1958). “Psilocybin, ein psychotroper Wirkstoff aus dem mexikanischen Rauschpilz Psilocybe mexicana.” Experientia, 14(3), 107–109.
- Pahnke, W.N. (1963). Drugs and Mysticism: An Analysis of the Relationship between Psychedelic Drugs and the Mystical Consciousness. Harvard University, dissertatie.
- Doblin, R. (1998). “Dr. Leary’s Concord Prison Experiment: A 34-year Follow-up Study.” Journal of Psychoactive Drugs, 30(4), 419–426.
- Griffiths, R.R. et al. (2006). “Psilocybin can occasion mystical-type experiences having substantial and sustained personal meaning and spiritual significance.” Psychopharmacology, 187, 268–283.
- Carhart-Harris, R.L. et al. (2012). “Neural correlates of the psychedelic state as determined by fMRI studies with psilocybin.” PNAS, 109(6), 2138–2143.
- Goodwin, G.M. et al. (2022). “Single-Dose Psilocybin for a Treatment-Resistant Episode of Major Depression.” NEJM, 387, 1637–1648. (COMPASS Pathways)
- Trimbos-instituut. (2024). Nationale Drug Monitor: kerncijfers en trends.
- Overheid.nl. Opiumwet, lijst I en II. wetten.overheid.nl