Nederland als onderzoeksland voor psychedelica
Nederland heeft een lange geschiedenis op het gebied van psychedelisch onderzoek. Al in de jaren zestig deden Nederlandse psychiaters experimenten met LSD en mescaline. Die traditie verdween grotendeels na het verbod op psychedelica, maar keerde na 2010 langzaam terug. Vandaag staan meerdere Nederlandse universiteiten weer aan de voorhoede van het internationale psilocybine-onderzoek.
Dat is geen toeval. Het Nederlandse drugsbeleid is van oudsher pragmatisch. De overheid maakt onderscheid tussen recreatief gebruik en wetenschappelijk onderzoek. Psilocybine valt als stof onder lijst I van de Opiumwet, maar onderzoekers kunnen een ontheffing aanvragen om ermee te werken. Die combinatie van strenge wetgeving en tegelijk ruimte voor wetenschap maakt Nederland tot een aantrekkelijk land voor klinisch psychedelica-onderzoek.
Op dit moment lopen er in Nederland minstens zes klinische studies met psilocybine. De onderwerpen lopen uiteen: van therapieresistente depressie en palliatieve zorg tot microdosing en cognitie. Hieronder bespreken we de belangrijkste onderzoekscentra en hun lopende projecten.
UMC Utrecht: de P-TRD studie
Het UMC Utrecht voert samen met het UMCG een van de meest besproken Nederlandse psilocybinestudies uit: de P-TRD studie. P-TRD staat voor Psilocybin for Treatment-Resistant Depression. Het onderzoek richt zich op patienten met therapieresistente depressie mensen bij wie ten minste twee eerdere behandelingen met antidepressiva niet voldoende werkten.
P-TRD studie UMC Utrecht / UMCG
- Fase: Fase II, gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd
- Indicatie: Therapieresistente depressie (TRD)
- Onderzoekers: Prof. dr. Robert Schoevers, dr. Jolien de Boer
- Interventie: Eenmalige dosis psilocybine (25 mg) met psychologische begeleiding
- Primair eindpunt: Verandering in depressiescores (MADRS) na 3 weken
- Status: Werving actief (2024-2026)
De studie is opgezet als een gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek. Dat betekent dat een deel van de deelnemers de werkzame stof krijgt en een ander deel een placebo, zonder dat deelnemers of onderzoekers weten wie wat ontvangt. Dit is de gouden standaard in klinisch onderzoek.[1]
Deelnemers ontvangen een eenmalige dosis van 25 mg psilocybine, begeleid door getrainde therapeuten. Voorafgaand aan de sessie zijn er voorbereidende gesprekken en na afloop volgen integratiesessies. Het primaire doel is om te meten of de depressiescores na drie weken verbeteren vergeleken met de placebogroep.
De P-TRD studie is geregistreerd bij het Nederlands Trial Register en goedgekeurd door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). De resultaten worden naar verwachting in 2027 gepubliceerd.
UMCG Groningen: de PsyPal studie
Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) loopt voorop met de PsyPal studie. Dit onderzoek richt zich op een heel andere doelgroep: patienten in de palliatieve fase die te kampen hebben met angst, depressie of existentiele nood.
PsyPal studie UMCG Groningen
- Fase: Fase II, open-label met gerandomiseerde controlearm
- Indicatie: Angst en existentiele nood bij patienten in palliatieve zorg
- Interventie: Psilocybine-ondersteunde therapie (eenmalige sessie)
- Doel: Vermindering van angst en verbetering van levenskwaliteit
- Status: Lopend
Voor veel ernstig zieke patienten zijn angst en gevoelens van zinloosheid minstens zo belastend als de fysieke klachten. Bestaande behandelingen zoals antidepressiva en psychotherapie werken bij deze groep vaak onvoldoende. Eerder Amerikaans onderzoek aan Johns Hopkins en NYU liet zien dat psilocybine bij kankerpatienten de angst en depressie snel en langdurig kon verminderen.[2]
De PsyPal studie onderzoekt of dat effect ook bereikbaar is binnen het Nederlandse zorgstelsel. Deelnemers krijgen een eenmalige psilocybinesessie onder begeleiding, voorafgegaan door uitgebreide screening en voorbereiding. De studie wordt geleid vanuit de afdeling psychiatrie en palliatieve geneeskunde van het UMCG.
Het belang van deze studie is groot. Als de resultaten positief zijn, zou psilocybine op termijn een plek kunnen krijgen in de palliatieve zorg in Nederland een gebied waar de behandelopties nu beperkt zijn.
Universiteit Leiden: microdosing-onderzoek
De Universiteit Leiden heeft zich de afgelopen jaren geprofileerd als centrum voor microdosing-onderzoek. Microdosing is het regelmatig innemen van zeer kleine hoeveelheden psychedelica te weinig om hallucinaties op te wekken, maar mogelijk genoeg om cognitie, stemming of creativiteit te beinvloeden.
Onderzoeker Luisa Prochazkova publiceerde meerdere studies naar de effecten van microdosing met truffels. In een veelbesproken studie uit 2018 vond haar team verbeteringen in convergent en divergent denken bij deelnemers die een microdosis namen op een bijeenkomst van de Psychedelic Society.[3] Die studie was echter niet placebogecontroleerd, wat de resultaten minder sterk maakt.
Sindsdien is het onderzoeksteam in Leiden overgegaan op gecontroleerde studies. In samenwerking met andere Europese universiteiten worden dubbelblinde, placebogecontroleerde experimenten opgezet om te bepalen welke effecten van microdosing echt zijn en welke het gevolg zijn van verwachtingen (het placebo-effect).
De eerste gecontroleerde studies laten een genuanceerder beeld zien dan de enthousiaste verhalen online suggereren. Sommige effecten verdwijnen wanneer een placebocontrole wordt toegepast. Dat betekent niet dat microdosing niets doet, maar wel dat het bewijs voorlopig beperkt is.[4]
Maastricht University: cognitie en creativiteit
Aan Maastricht University doet onderzoeker Kim Kuypers fundamenteel onderzoek naar de effecten van psilocybine op cognitie, creativiteit en emotionele verwerking. Haar werk behoort tot het meest geciteerde psychedelica-onderzoek vanuit Nederland.
Kuypers en haar team onderzoeken hoe psilocybine de manier verandert waarop het brein informatie verwerkt. In een studie uit 2019 vonden zij dat psilocybine het vermogen om spontaan creatieve ideeen te genereren vergrootte, terwijl het gestructureerde, logische denken tijdelijk afnam.[5] Ook lieten ze zien dat psilocybine de emotionele verwerking kan veranderen: deelnemers reageerden anders op gezichtsuitdrukkingen en emotionele beelden.
Dit type basaal onderzoek is minder zichtbaar in het publieke debat dan klinische trials, maar het is cruciaal. Het helpt wetenschappers te begrijpen waarom psilocybine therapeutisch zou kunnen werken welke hersenprocessen veranderen, hoe lang die veranderingen aanhouden en voor wie dat gunstig of juist riskant is.
Maastricht University is ook betrokken bij het Europese PSILAUT-project, dat onderzoekt of psilocybine een rol zou kunnen spelen bij autismespectrumstoornissen. Dit onderzoek is nog in een vroeg stadium.
Amsterdam UMC: psychedelisch onderzoek in de breedte
Amsterdam UMC heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een breed onderzoekscentrum voor psychedelica. Hoewel het ziekenhuis veel onderzoek doet naar ketamine, groeit de aandacht voor psilocybine. Een van de lopende projecten vergelijkt de werkzaamheid en het werkingsmechanisme van psilocybine met die van ketamine bij depressie.
Dat vergelijkingsonderzoek is wetenschappelijk interessant. Psilocybine en ketamine werken via verschillende mechanismen in het brein. Psilocybine bindt vooral aan serotoninereceptoren (met name de 5-HT2A-receptor), terwijl ketamine ingrijpt op het glutamaatsysteem (NMDA-receptor). Door beide stoffen onder vergelijkbare omstandigheden te onderzoeken, hopen onderzoekers te begrijpen welke patienten baat zouden hebben bij welke aanpak.[6]
Amsterdam UMC doet daarnaast onderzoek naar de neurobiologische mechanismen achter de psychedelische ervaring, met behulp van gedetailleerde beeldvorming (fMRI). Dit levert kennis op over hoe psilocybine de connectiviteit in het brein beinvloedt een proces dat vaak wordt omschreven als het tijdelijk "losser" maken van vaste denkpatronen.
Het regulatoire kader: hoe werkt het in Nederland?
Onderzoek met psilocybine is in Nederland mogelijk, maar niet eenvoudig. Psilocybine staat op lijst I van de Opiumwet. Dat betekent dat bezit, productie en handel verboden zijn, tenzij er een ontheffing is verleend.
Voor wetenschappelijk onderzoek zijn drie stappen nodig:
- CCMO-goedkeuring. De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) beoordeelt of het onderzoeksprotocol voldoet aan de wettelijke eisen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. Dit omvat ethische toetsing, veiligheidsmaatregelen en informed consent.
- Opiumwet-ontheffing. Het ministerie van VWS verleent op grond van artikel 6 (voorheen sectie 3) van de Opiumwet een ontheffing aan onderzoekers. Hiermee mogen zij psilocybine bezitten, bereiden en toedienen binnen de kaders van het goedgekeurde onderzoek.
- GMP-productie. De psilocybine die in klinische studies wordt gebruikt, moet voldoen aan Good Manufacturing Practice (GMP). Dat garandeert dat de stof zuiver, nauwkeurig gedoseerd en vrij van verontreinigingen is. In Europa wordt GMP-psilocybine onder andere geproduceerd door het bedrijf COMPASS Pathways en door het Usona Institute.
Dit regulatoire traject duurt meestal twaalf tot achttien maanden. De procedures zijn streng, maar ze zorgen ervoor dat deelnemers aan onderzoek goed beschermd zijn. Elke studie wordt bovendien gevolgd door een onafhankelijke Data Safety Monitoring Board (DSMB), die tussentijds de veiligheidsgegevens beoordeelt.
Hoe werkt deelname aan een trial?
Meedoen aan een klinische studie met psilocybine is niet zomaar mogelijk. De selectiecriteria zijn streng, en dat is bewust: het gaat om de veiligheid van de deelnemer en om de kwaliteit van het onderzoek.
Wat kun je verwachten?
Elke studie heeft eigen inclusie- en exclusiecriteria. Veelvoorkomende criteria zijn:
- Inclusie: vastgestelde diagnose (bv. depressie), leeftijd 18-65 jaar, voldoende eerdere behandelpogingen
- Exclusie: psychotische stoornissen (in de voorgeschiedenis of familiair), ernstige hart- of leveraandoeningen, actief middelengebruik, zwangerschap
De screening omvat meestal een psychiatrisch interview, vragenlijsten, lichamelijk onderzoek en soms bloedonderzoek of een ECG.
Als je aan de criteria voldoet en deelneemt, ziet het traject er meestal als volgt uit: je hebt eerst een of meer voorbereidende gesprekken met een therapeut. Daarin bespreek je je verwachtingen, angsten en persoonlijke achtergrond. Op de dag van de sessie ontvang je de stof (of een placebo) in een rustige, klinische omgeving, met twee begeleiders aanwezig. Na de sessie volgen integratiegesprekken om de ervaring te verwerken.
Als deelnemer aan wetenschappelijk onderzoek heb je wettelijke rechten. Je kunt je op elk moment terugtrekken zonder opgaaf van redenen. Je wordt volledig geinformeerd over de risico's. En je gegevens worden vertrouwelijk behandeld. Deze rechten zijn vastgelegd in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO).
Wil je je orienteren op lopende studies? Kijk op het Nederlands Trial Register of vraag je behandelend arts om informatie.
Financiering van het onderzoek
Goed wetenschappelijk onderzoek kost geld. Een klinische fase II-studie met psilocybine kost al snel enkele miljoenen euro's. Die kosten gaan onder andere naar GMP-productie van de stof, personeelsinzet, beeldvormend onderzoek (MRI), monitoring en publicatie. Wie betaalt dat?
De financiering van Nederlands psilocybine-onderzoek komt uit drie bronnen:
- Publieke financiering. NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en ZonMw (het fonds voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) financieren meerdere psychedelica-projecten. De PsyPal studie van het UMCG ontving bijvoorbeeld subsidie van ZonMw.[7]
- Private financiering. Bedrijven als COMPASS Pathways (Verenigd Koninkrijk, beursgenoteerd) en het Usona Institute (VS, non-profit) investeren in klinische trials wereldwijd, waaronder in Nederland. COMPASS Pathways ontwikkelt een gepatenteerde vorm van synthetisch psilocybine (COMP360) en financiert fase III-studies in meerdere landen.[8]
- Gemengde financiering. Sommige studies combineren publiek en privaat geld. Dit is gangbaar in de medische wetenschap, maar roept vragen op over onafhankelijkheid. Onderzoekers zijn verplicht eventuele belangen te vermelden in hun publicaties.
De private financiering van psychedelica-onderzoek is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Dat versnelt het onderzoek, maar brengt ook aandachtspunten mee. Wanneer een bedrijf dat psilocybine als geneesmiddel wil registreren ook het onderzoek betaalt, kan dat de onafhankelijkheid onder druk zetten. In de wetenschappelijke gemeenschap wordt dit actief besproken.[9]
Toekomstperspectief
Het Nederlandse psilocybine-onderzoek staat op een kantelpunt. De komende twee tot drie jaar worden de resultaten verwacht van meerdere fase II-studies. Als die resultaten positief uitvallen, is de volgende stap fase III-onderzoek grootschalige studies die nodig zijn voor een eventuele registratie als geneesmiddel.
Tegelijkertijd werken internationale regulatoire instanties aan kaders voor de toelating van psilocybine. Australie keurde als eerste land ter wereld het gebruik van psilocybine bij therapieresistente depressie goed, in juli 2023.[10] In Europa bereidde het European Medicines Agency (EMA) zich voor op de beoordeling van psilocybine als geneesmiddel.
Voor Nederland zou goedkeuring door het EMA betekenen dat psilocybine-ondersteunde therapie via het reguliere zorgstelsel beschikbaar kan worden. Dat vergt niet alleen een positief oordeel over werkzaamheid en veiligheid, maar ook een passende vergoedingsstructuur en voldoende opgeleide therapeuten.
Daar zijn we nog niet. Het huidige onderzoek is veelbelovend, maar niet afgerond. Fase II-studies geven eerste aanwijzingen; fase III-studies leveren het definitieve bewijs. De weg van laboratorium naar behandelkamer is lang, en er zijn nog veel vragen onbeantwoord: wat is de optimale dosis? Hoeveel sessies zijn nodig? Wie reageert goed en wie niet? Wat zijn de langetermijneffecten?
Wat vaststaat, is dat Nederlandse universiteiten een stevige positie innemen in dit onderzoeksveld. De combinatie van wetenschappelijke expertise, een pragmatisch regulatoir klimaat en groeiende financiering maakt dat Nederland de komende jaren een centrale rol zal blijven spelen in de ontwikkeling van psilocybine als mogelijke behandeling.
Bronnen
- Nederlands Trial Register. P-TRD studie: Psilocybin for Treatment-Resistant Depression. onderzoekmetmensen.nl
- Griffiths RR, Johnson MW, Carducci MA, et al. Psilocybin produces substantial and sustained decreases in depression and anxiety in patients with life-threatening cancer. J Psychopharmacol. 2016;30(12):1181-1197.
- Prochazkova L, Lippelt DP, Colzato LS, et al. Exploring the effect of microdosing psychedelics on creativity in an open-label natural setting. Psychopharmacology. 2018;235(12):3401-3413.
- Szigeti B, Kartner L, Blemings A, et al. Self-blinding citizen science to explore psychedelic microdosing. eLife. 2021;10:e62878.
- Kuypers KPC, Ng L, Erritzoe D, et al. Microdosing psychedelics: More questions than answers? An overview and suggestions for future research. J Psychopharmacol. 2019;33(9):1039-1057.
- Vollenweider FX, Preller KH. Psychedelic drugs: neurobiology and potential for treatment of psychiatric disorders. Nat Rev Neurosci. 2020;21:611-624.
- ZonMw. Subsidietoekenning palliatieve zorg en psychedelica. zonmw.nl
- COMPASS Pathways. COMP360 psilocybin therapy clinical development programme. compasspathways.com
- Nutt DJ, Carhart-Harris RL. The current status of psychedelics in psychiatry. JAMA Psychiatry. 2021;78(2):121-122.
- Therapeutic Goods Administration (TGA). Authorised prescriber pathway for psilocybin and MDMA. Canberra: Australian Government; 2023.
- Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Toetsingskader medisch-wetenschappelijk onderzoek. ccmo.nl
- Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). wetten.overheid.nl