Wat is PTSS?
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontstaat na het meemaken of getuige zijn van een ingrijpende gebeurtenis. Denk aan geweld, een ongeluk, seksueel misbruik, oorlog of een natuurramp. Niet iedereen die zoiets meemaakt ontwikkelt PTSS, maar bij wie dat wel gebeurt, kan de stoornis het dagelijks leven ernstig ontwrichten.
De kenmerken van PTSS zijn herbelevingen (flashbacks, nachtmerries), vermijdingsgedrag, negatieve veranderingen in denken en stemming, en verhoogde prikkelbaarheid. In Nederland heeft naar schatting 7 tot 8 procent van de bevolking op enig moment in het leven met PTSS te maken, volgens cijfers van het Trimbos-instituut.
Het probleem van behandelresistentie
De standaardbehandelingen voor PTSS zijn traumagerichte cognitieve gedragstherapie en EMDR. Deze therapieen zijn voor veel mensen effectief, maar niet voor iedereen. Onderzoek laat zien dat zo'n 30 tot 50 procent van de patienten onvoldoende baat heeft bij de huidige eerstelijnsbehandelingen. Sommige patienten haken af vanwege de emotionele belasting van de therapie. Anderen reageren simpelweg niet goed genoeg.
Die groep, mensen met behandelresistente PTSS, vormt de aanleiding voor het onderzoek naar nieuwe behandelmethoden. Psilocybine is een van de stoffen die in dat kader worden onderzocht, naast bestaande opties binnen de medische toepassing van psilocybine.
Waarom huidige behandelingen tekortschieten
Traumagerichte therapie vraagt van patienten dat zij het trauma opnieuw onder ogen zien, in een gecontroleerde therapeutische omgeving. Dat is doeltreffend, maar ook confronterend. Uitval tijdens de behandeling is een bekend probleem: in sommige studies stopt 20 tot 30 procent van de deelnemers voortijdig.
Medicatie als aanvulling
Sertraline en paroxetine zijn de enige door de FDA goedgekeurde medicijnen voor PTSS. De effectiviteit ervan is bescheiden. Meta-analyses tonen een klein tot matig effect vergeleken met placebo. Voor patienten die niet reageren op zowel psychotherapie als medicatie, zijn de opties beperkt. Dat maakt de zoektocht naar alternatieven begrijpelijk.
In Nederland wordt PTSS bij ongeveer 400.000 mensen op enig moment gediagnosticeerd. De standaardbehandelingen (EMDR, traumagerichte CGT) zijn effectief bij 50 tot 70 procent van de patienten. De overige groep wordt als "behandelresistent" beschouwd en heeft weinig opties binnen de huidige richtlijnen.
Psilocybine-onderzoek bij PTSS
Het onderzoek naar psilocybine bij PTSS staat nog in een vroeg stadium. Waar het onderzoek naar psilocybine bij depressie al fase 2- en fase 3-trials kent, zijn de studies bij PTSS voornamelijk preklinisch of in een vroege klinische fase.
Diermodellen en eerste aanwijzingen
In diermodellen is aangetoond dat psilocybine angstreacties kan verminderen en het uitdoven van angstconditionering kan versnellen. Dit proces, ook wel "fear extinction" genoemd, is relevant voor PTSS omdat de stoornis gekenmerkt wordt door aanhoudende angstreacties op stimuli die aan het trauma herinneren. Psilocybine lijkt de neuroplasticiteit te bevorderen die nodig is om nieuwe, niet-angstgerelateerde associaties te vormen.
Klinische studies
Een aantal universiteiten is begonnen met klinische studies naar psilocybine bij PTSS. De groep van Compass Pathways heeft een trial opgezet voor behandelresistente PTSS. Onderzoekers aan Yale University bestuderen hoe psilocybine de verwerking van traumatische herinneringen beinvloedt. Deze studies zijn klein van opzet en de meeste bevinden zich nog in de wervings- of uitvoeringsfase.
De voorlopige resultaten die beschikbaar zijn, laten zien dat psilocybine in combinatie met psychotherapie goed verdragen wordt en dat sommige deelnemers vermindering van PTSS-symptomen rapporteren. Maar het gaat om open-label studies of pilotstudies met kleine groepen. Gerandomiseerde, placebogecontroleerde data ontbreken grotendeels nog.
"Het potentieel van psilocybine bij PTSS ligt mogelijk niet in de stof zelf, maar in de manier waarop het de therapeutische relatie en het verwerkingsproces kan verdiepen." Naar: Davis et al., 2021 (JAMA Psychiatry)
MDMA versus psilocybine: de MAPS-context
Wie het over psychedelica en PTSS heeft, kan niet om MDMA heen. De Multidisciplinary Association for Psychedelic Studies (MAPS) heeft jarenlang onderzoek gedaan naar MDMA-ondersteunde therapie bij PTSS. De resultaten van de fase 3-trials waren opmerkelijk: na twee of drie sessies met MDMA in combinatie met therapie verloor ongeveer tweederde van de deelnemers de PTSS-diagnose.
Waarom dan ook psilocybine?
MDMA en psilocybine werken op verschillende manieren. MDMA versterkt gevoelens van vertrouwen en verbondenheid, wat het makkelijker maakt om over het trauma te praten in een therapeutische setting. Psilocybine werkt breder: het verandert waarnemingen, kan diepgaande inzichten opleveren en bevordert neuroplasticiteit. De gedachte is dat psilocybine mogelijk via een ander mechanisme helpt, met name bij patienten die niet reageren op MDMA of bij wie MDMA ongeschikt is.
Daarnaast zijn er praktische overwegingen. Het goedkeuringsproces voor MDMA bij PTSS in de VS verliep niet zonder problemen: de FDA wees de eerste aanvraag af in 2024, onder meer vanwege methodologische bezwaren. Dat maakt het onderzoeksveld voorzichtiger, maar ook breder in zijn zoektocht naar alternatieven.
Er is op dit moment geen goedgekeurde psilocybinebehandeling voor PTSS, niet in Nederland en niet elders. De studies die lopen zijn experimenteel. Gebruik van psilocybine buiten een klinische setting bij PTSS brengt risico's met zich mee:
- Herbelevingen en flashbacks kunnen intenser worden onder invloed van psilocybine
- Zonder professionele begeleiding ontbreekt een veilig kader voor traumaverwerking
- Psychotische reacties zijn zeldzaam maar komen voor, vooral bij kwetsbare personen
Raadpleeg bij klachten altijd een huisarts of GGZ-professional.
Nederlandse context
In Nederland is het onderzoek naar psilocybine bij PTSS beperkt. Het meeste Nederlandse psilocybine-onderzoek richt zich op depressie, met het UMC Utrecht en de Universiteit Leiden als belangrijke centra. Voor PTSS zijn er vooralsnog geen grote klinische trials in Nederland geregistreerd.
Truffelretreats en PTSS
Sommige aanbieders van truffelretreats in Nederland richten zich expliciet op mensen met PTSS. Dat is problematisch. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat truffelsessies buiten een klinisch kader veilig of effectief zijn bij PTSS. De intensiteit van een psilocybine-ervaring kan juist destabiliserend werken bij mensen met onverwerkt trauma, zeker zonder adequate screening, begeleiding en nazorg.
Het Trimbos-instituut waarschuwt dat mensen met PTSS extra kwetsbaar zijn voor negatieve ervaringen met psychedelica. De combinatie van verhoogde prikkelbaarheid, herbelevingen en de onvoorspelbaarheid van een psilocybine-ervaring kan riskant zijn.
Beperkingen van het huidige onderzoek
Het onderzoek naar psilocybine bij PTSS kent forse beperkingen die eerlijk benoemd moeten worden.
Kleine studies, weinig controle
De meeste beschikbare data komen uit pilotstudies met minder dan dertig deelnemers, vaak zonder controlegroep. Dat maakt het onmogelijk om te bepalen hoeveel van het effect toe te schrijven is aan psilocybine en hoeveel aan de intensieve therapeutische begeleiding, verwachtingseffecten of het simpele feit dat deelnemers extra aandacht en zorg ontvangen.
Daarnaast is blindering een structureel probleem. Deelnemers merken vrijwel altijd of zij psilocybine of een placebo hebben gekregen. Dat ondermijnt de interne validiteit van de studies. Dit probleem is niet uniek voor psilocybine-onderzoek, maar het maakt de interpretatie van resultaten lastiger.
Tot slot: PTSS is een heterogene stoornis. Wat werkt bij een veteraan met gevechts-PTSS hoeft niet te werken bij iemand met PTSS na seksueel misbruik. De huidige studies zijn te klein om subgroepen zinvol te analyseren.
Conclusie
Het onderzoek naar psilocybine bij PTSS is jong en veelbelovend in zijn hypothesen, maar mager in zijn bewijs. Er zijn biologische redenen om te denken dat psilocybine zou kunnen helpen bij traumaverwerking: het bevordert neuroplasticiteit, kan angstkaders doorbreken en verdiept het therapeutisch proces. Maar de klinische data zijn beperkt tot kleine, ongecontroleerde studies.
Wie nu worstelt met PTSS, doet er verstandig aan om eerst de bewezen behandelingen te doorlopen: traumagerichte CGT of EMDR, eventueel met medicatie. Psilocybine is geen beschikbaar alternatief, maar een onderzoeksrichting. Dat verschil is wezenlijk.
De komende jaren zullen de lopende trials meer duidelijkheid geven. Tot die tijd blijft voorzichtigheid geboden, vooral bij aanbieders die psilocybine-ervaringen presenteren als behandeling voor PTSS zonder wetenschappelijke onderbouwing.
- Trimbos-instituut (2023). Posttraumatische stressstoornis (PTSS). trimbos.nl
- Bradley, R., et al. (2005). A multidimensional meta-analysis of psychotherapy for PTSD. American Journal of Psychiatry, 162(2), 214-227.
- Catlow, B.J., et al. (2013). Effects of psilocybin on hippocampal neurogenesis and extinction of trace fear conditioning. Experimental Brain Research, 228(4), 481-491. doi:10.1007/s00221-013-3579-0
- Mitchell, J.M., et al. (2021). MDMA-assisted therapy for severe PTSD: a randomized, double-blind, placebo-controlled phase 3 study. Nature Medicine, 27, 1025-1033. doi:10.1038/s41591-021-01336-3
- Davis, A.K., et al. (2021). Effects of psilocybin-assisted therapy on major depressive disorder: a randomized clinical trial. JAMA Psychiatry, 78(5), 481-489. doi:10.1001/jamapsychiatry.2020.3285
- Ly, C., et al. (2018). Psychedelics promote structural and functional neural plasticity. Cell Reports, 23(11), 3170-3182. doi:10.1016/j.celrep.2018.05.022
- Compass Pathways (2024). Clinical trials: COMP360 psilocybin therapy. compasspathways.com
- Schoenbaum, G., et al. (2023). Psychedelic-assisted therapy for PTSD: current evidence and future directions. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 150, 105197.