- HPPD (Hallucinogen Persisting Perception Disorder) is een aandoening waarbij visuele verstoringen aanhouden na gebruik van psychedelica.
- Symptomen zijn onder meer nabeelden, lichtflitsen, halos, bewegende patronen en 'visuele sneeuw'.
- HPPD is zeldzaam, maar kan maanden tot jaren aanhouden en het dagelijks leven ernstig beinvloeden.
- Risicofactoren zijn onder meer herhaald gebruik, hoge doseringen, angststoornissen en combinatie met cannabis.
- Er is geen bewezen behandeling, maar sommige medicijnen en therapie kunnen de klachten verlichten.
Wat is HPPD?
HPPD staat voor Hallucinogen Persisting Perception Disorder, in het Nederlands ook wel 'aanhoudende waarnemingsstoornis na hallucinogenen' genoemd. Het is een erkende diagnose in de DSM-5, het diagnostisch handboek voor psychiatrische aandoeningen.
Bij HPPD ervaren mensen visuele verstoringen die oorspronkelijk optraden tijdens het gebruik van een psychedelische stof, maar die blijven terugkomen nadat de stof allang is uitgewerkt. Het gaat niet om volledige hallucinaties. Mensen met HPPD weten dat wat ze zien niet echt is. Het zijn eerder subtiele of soms storende veranderingen in de visuele waarneming die niet overgaan.
De aandoening kan optreden na gebruik van uiteenlopende psychedelica, waaronder LSD, psilocybine, mescaline en DMT. In zeldzame gevallen is het ook beschreven na het gebruik van MDMA of cannabis. De meerderheid van de wetenschappelijke literatuur over HPPD gaat over LSD, maar er zijn ook casus beschreven na psilocybinegebruik.
In de DSM-5 staat HPPD geregistreerd onder code 292.89 (F16.983). De diagnose vereist dat de visuele verstoringen klinisch significante hinder veroorzaken en niet beter verklaard worden door een andere aandoening, zoals epilepsie of migraine met aura.
Symptomen van HPPD
De symptomen van HPPD zijn overwegend visueel. Ze kunnen sterk variƫren in ernst: bij sommige mensen zijn ze mild en goed te verdragen, bij anderen zijn ze ernstig genoeg om het dagelijks functioneren te verstoren.
Veelvoorkomende visuele symptomen
- Nabeelden (palinopsie): objecten laten een visueel 'spoor' of nabeeld achter nadat je je blik hebt verplaatst.
- Visuele sneeuw: een constante laag van kleine, flikkerend puntjes over het hele gezichtsveld, vergelijkbaar met beeldruis op een oude televisie.
- Halos: lichtgevende ringen rond lichtbronnen of objecten.
- Geometrische patronen: het zien van patronen, rasters of fractaal-achtige structuren, vooral bij het sluiten van de ogen of in schemerig licht.
- Intensivering van kleuren: kleuren die feller of levendiger lijken dan normaal.
- Micro- en macropsie: objecten die groter of kleiner lijken dan ze zijn.
- Bewegende texturen: vlakke oppervlakken die lijken te ademen of te bewegen.
Twee typen HPPD
Onderzoekers onderscheiden twee typen HPPD. Type 1 betreft korte, voorbijgaande 'flashbacks': momenten waarop de visuele verstoringen tijdelijk terugkeren. Deze episodes duren van seconden tot enkele minuten en gaan vanzelf over. Type 2 is ernstiger: de visuele verstoringen zijn min of meer constant aanwezig en verdwijnen niet vanzelf. Type 2 is de vorm die de meeste klinische aandacht krijgt.
Naast de visuele symptomen ervaren veel mensen met HPPD ook angst, paniek of depressieve klachten als gevolg van de aanhoudende verstoringen. Het constante bewustzijn dat er iets niet klopt met je waarneming kan beangstigend zijn, vooral als je niet weet dat het een erkende aandoening is.
Hoe vaak komt HPPD voor?
De exacte prevalentie van HPPD is moeilijk vast te stellen. Dat komt deels doordat veel mensen met milde symptomen geen hulp zoeken, en deels doordat de aandoening onderbelicht is in de reguliere gezondheidszorg. Veel huisartsen en zelfs psychiaters zijn niet goed op de hoogte van HPPD.
Schattingen lopen sterk uiteen. Een veelgeciteerd overzichtsartikel uit 2003 door Abraham schat dat 4 tot 5 procent van alle gebruikers van hallucinogenen op enig moment flashback-achtige verschijnselen ervaart. Maar het percentage dat aan de volledige diagnostische criteria voor HPPD type 2 voldoet, is veel kleiner. Recente schattingen suggereren dat dit minder dan 1 procent is, hoewel betrouwbare cijfers ontbreken.
In klinische studies met psilocybine, waar de setting gecontroleerd is en de dosis nauwkeurig bepaald, zijn geen gevallen van HPPD gerapporteerd in de gepubliceerde data. Dat kan te maken hebben met de screening vooraf, de begeleiding, de enkelvoudige dosis en de relatief kleine aantallen deelnemers. Het sluit niet uit dat HPPD na psilocybinegebruik in klinische context kan voorkomen, maar de condities lijken het risico sterk te verkleinen.
"HPPD is een zeldzame maar reele complicatie van psychedelicagebruik. Het risico is klein, maar de impact op het leven van mensen die het treft kan groot zijn." Naar: Halpern & Pope, 2003
Risicofactoren
Niet iedereen die psychedelica gebruikt, loopt evenveel risico op HPPD. Onderzoek heeft een aantal factoren geidntificeerd die het risico lijken te verhogen.
Herhaald gebruik
Mensen die frequent psychedelica gebruiken, lijken een hoger risico te lopen op HPPD dan mensen die eenmalig of incidenteel gebruiken. De meeste beschreven gevallen betreffen personen met een geschiedenis van meervoudig gebruik. Dit geldt ook voor psilocybine: hoewel een enkele sessie in theorie HPPD kan uitlokken, is het risico bij herhaald gebruik groter.
Hoge dosering
Hogere doseringen zijn geassocieerd met een verhoogd risico. Bij truffels is dat problematisch omdat de exacte dosis lastig te bepalen is, zoals beschreven in het artikel over dosering en sterkte van psilocybinetruffels.
Combinatiegebruik
Het combineren van psychedelica met andere middelen, met name cannabis, lijkt het risico op HPPD te vergroten. Cannabis kan bij sommige mensen de visuele verstoringen verergeren of terugbrengen, zelfs lang na het laatste psychedelische gebruik.
Psychische kwetsbaarheid
Mensen met een voorgeschiedenis van angststoornissen, depersonalisatie of derealisatie lijken kwetsbaarder te zijn voor HPPD. Het is niet duidelijk of dit een direct oorzakelijk verband is, of dat angst de beleving van subtiele visuele veranderingen versterkt en daarmee de kans op klinische hinder vergroot.
Er is geen test of screening die met zekerheid kan voorspellen wie HPPD zal ontwikkelen. Zelfs bij afwezigheid van bekende risicofactoren kan HPPD optreden. Dat maakt het een risico dat niet volledig uit te sluiten is bij gebruik van psychedelica.
Behandeling en omgang met HPPD
Er bestaat geen goedgekeurde, bewezen effectieve behandeling voor HPPD. Dat maakt het voor zowel patienten als behandelaren een lastige aandoening. Toch zijn er benaderingen die bij sommige mensen verlichting bieden.
Medicatie
In individuele casusverslagen en kleine studies zijn enkele medicijnen onderzocht. Benzodiazepinen (zoals clonazepam) kunnen de symptomen bij sommige mensen verminderen, vermoedelijk doordat ze de algehele neurale prikkelbaarheid dempen. Lamotrigine, een anti-epilepticum, is in een aantal gevallen succesvol geweest. SSRI's worden soms voorgeschreven voor de bijkomende angst- en depressieve klachten, maar er zijn ook meldingen dat SSRI's de visuele symptomen kunnen verergeren.
Psychotherapie
Cognitieve gedragstherapie (CGT) kan helpen bij het omgaan met de angst en frustratie die HPPD met zich meebrengt. Het doel is niet om de visuele symptomen te laten verdwijnen, maar om de manier waarop iemand erop reageert te veranderen. Het verminderen van piekeren over de symptomen kan leiden tot een afname van de ervaren hinder.
Wat je zelf kunt doen
- Stoppen met psychedelica en cannabis: verdere blootstelling kan de symptomen verergeren.
- Vermijden van triggers: sommige mensen merken dat vermoeidheid, stress, caffeine of donkere omgevingen de symptomen versterken.
- Niet fixeren op de symptomen: hoe meer aandacht je eraan besteedt, hoe prominenter ze kunnen worden. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar gerichte therapie kan helpen.
- Voldoende slaap en structuur: een regelmatig dag-nachtritme kan de algehele klachtenlast verminderen.
Wanneer hulp zoeken
Als je na het gebruik van psilocybine of andere psychedelica merkt dat visuele verstoringen langer dan een paar dagen aanhouden, is het verstandig om contact op te nemen met je huisarts. Het is nuttig om daarbij specifiek te benoemen dat je psychedelica hebt gebruikt en dat je visuele klachten hebt, zodat de huisarts HPPD kan overwegen als mogelijke verklaring.
Zoek direct hulp als:
- De visuele verstoringen je dagelijks functioneren ernstig bemoeilijken.
- Je ernstige angst of paniekklachten ontwikkelt als gevolg van de symptomen.
- Je depressieve gevoelens of suicidale gedachten krijgt.
- Je naast visuele klachten ook dingen hoort, ruikt of voelt die er niet zijn (dit kan wijzen op een andere aandoening).
Veel huisartsen en GGZ-professionals zijn niet bekend met HPPD. Als je het gevoel hebt dat je klachten niet serieus genomen worden of niet herkend worden, vraag dan een verwijzing naar een psychiater met kennis van psychedelica-gerelateerde problematiek. Het Trimbos-instituut kan informatie bieden aan professionals.
HPPD in de context van psilocybineonderzoek
In de snelgroeiende wetenschappelijke literatuur over psilocybine als therapeutisch middel wordt HPPD zelden besproken. Dat is deels te verklaren doordat het in klinische studies niet is waargenomen, maar het kan ook komen doordat de studies niet lang genoeg doorlopen of niet specifiek op HPPD screenen in de follow-up.
Het is relevant om hier onderscheid te maken tussen het risiciprofiel van eenmalig, begeleid gebruik in een klinische setting en herhaald, onbegeleid gebruik zoals dat buiten studies plaatsvindt. De meeste wetenschappelijke kennis over HPPD stamt uit de context van recreatief, herhaald gebruik van LSD in de jaren zestig en zeventig. Of dezelfde risico's gelden voor eenmalig klinisch gebruik van psilocybine, is niet goed onderzocht.
Dat neemt niet weg dat HPPD een erkend risico is van alle serotonergische psychedelica, waaronder psilocybine. Transparante voorlichting hierover is onderdeel van verantwoorde informatievoorziening. Wie psilocybine overweegt, moet weten dat dit risico bestaat, ook al is het klein.
In serieuze klinische trials worden deelnemers vooraf geinformeerd over het bestaan van HPPD als mogelijk risico. Dit maakt deel uit van het informed consent-proces. Dat een dergelijke voorlichting standaard is, onderstreept dat onderzoekers HPPD als reeel risico beschouwen, ook als de kans klein is.
- Halpern, J.H., & Pope, H.G. (2003). Hallucinogen persisting perception disorder: what do we know after 50 years? Drug and Alcohol Dependence, 69(2), 109-119. doi:10.1016/S0376-8716(02)00306-X
- Abraham, H.D., & Aldridge, A.M. (1993). Adverse consequences of lysergic acid diethylamide. Addiction, 88(10), 1327-1334.
- Lerner, A.G., et al. (2002). Flashback and hallucinogen persisting perception disorder: clinical aspects and pharmacological treatment approach. Israel Journal of Psychiatry and Related Sciences, 39(2), 92-99.
- Martinotti, G., et al. (2018). Hallucinogen persisting perception disorder: etiology, clinical features, and therapeutic perspectives. Brain Sciences, 8(3), 47. doi:10.3390/brainsci8030047
- American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed.). Washington, DC: APA.
- Johnson, M.W., Richards, W.A., & Griffiths, R.R. (2008). Human hallucinogen research: guidelines for safety. Journal of Psychopharmacology, 22(6), 603-620.
- Trimbos-instituut (2023). Psilocybine (paddo's en truffels) - drugsinfo. trimbos.nl
- Orsolini, L., et al. (2017). The "Endless Trip" among the NPS users: psychopathology and psychopharmacology in the hallucinogen-persisting perception disorder. A systematic review. Frontiers in Psychiatry, 8, 240.